titel
home | stats | gelinkt door | beheer | maak je eigen weblog aan! | Wil je mijn visitekaartje? punt.nl


eveleve
| 11 Mei 2012 | 12:22:55
mijn voor altijd is maar voor even
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 10

Wil je mijn visitekaartje?

Zondag
| 18 December 2011 | 15:13:27
Ik staar uit het raam en de takken voor het raam vormen een konijn dat zijn schouders ophaalt. Ik knipper met m'n ogen en hij is weg. And it goes like this.
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 29


probleemoplossend vermogen
| 07 December 2011 | 21:23:41
Als het even niet gaat, ga dan gewoon niet. Dan gaat het vanzelf wel weer.
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 33


Vruchtloos
| 09 Januari 2011 | 13:08:08
In spin
nou, daar trap ik niet meer in.
Sebastiaan is dood.
Annie trouwens ook.
En als ik nu ga liggen op mijn rug,
met mijn pootjes omhoog,
lijkt het net of ik nog iets doe.
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 78


Dialoog
| 28 November 2010 | 15:30:23
"Ja maar, jij hebt toch altijd je verstand op nul?",
 
zei ik tegen de meneer op de tv.
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 80


Vijf keer D
| 20 Oktober 2010 | 20:33:20
Hoe de dood zal zijn?
Daar is geen zijn.
Trouwens,
ook geen daar.
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 73


Het pad van de doorntjes
| 14 Oktober 2010 | 00:00:08
     Niets was een miezerig mannetje. Op zijn verslofte schoenen slenterde hij dagelijks de stad door, want fietsen durfde hij niet. Met zijn grote neus voorovergebogen leek hij altijd op zoek. Op zoek naar iets.
     Niet dat Niets iets miste. Hij was reuze tevree met zijn schotsgeruitte boodschappentas waar hij iedere dag mee naar de supermarkt aan de andere kant van de stad liep. Zijn boodschappenlijstje bestond iedere dag uit dezelfde objecten. Maar Niets hield nu eenmaal van boodschappenlijstjes schrijven.
     Toch kreeg Niets de indruk van de wereld om hem heen dat het de bedoeling was dat je op zoek was. Naar wat precies, bleef in het ongewisse. En Niets voelde zich niet de man om dit vraagstuk op te lossen. Maar deze, toch ietwat opdringerige, gedachten bleven zich manifesteren onder de suffe piekhaartjes van Niets. Met enige regelmaat voelde hij ze prikken als doorntjes die hem deden opschudden uit zijn routine.
     Menigmaal had hij nu al voor het schap met zuivel gestaan en onverwachts de aandrang gevoeld om rechtsomkeert te maken en de winkel te verlaten. Iedere keer had hij zich nog net in kunnen houden omdat hij dan net op tijd besefte dat dat een erg nutteloze gang van zaken leek te zijn.
    Maar vandaag kon zijn routine het niet winnen van zijn gedachten. Hij zette het pak karnemelk terug in het schap, zette zijn mandje terug op de andere winkelmandjes en manoeuvreerde zich onhandig door het poortje. De kassajuffrouw riep hem nog na dat dat niet de uitgang was, maar het enige wat Niets kon doen was zijn gedachten volgen.
    
     Zijn gedachten leidden hem blindelings door straten waar hij nog nooit was geweest. Tot hij voor de deur van zijn voormalige kapsalon stond. Hier was hij al jaren niet meer geweest; Niets hield niet van kappers. Ze praatten hem te veel en luisterden te weinig.
     Niets wilde zich net omdraaien om zich weer uit de voeten te maken toen een guitige kapper net de deur opengooide en hem vrolijk naar binnen trok.
     “Goedemiddag meneer Niets! Mijn naam is kapper Meer. Ik verwachtte u al. Aan dat kapsel van u kan wel wat gebeuren.”
     Stilletjes zette Niets zijn geliefde boodschappentas naast zijn voeten op de grond.
     “Ik kom eigenlijk niet voor een knipbeurt, meneer Meer”, stamelde hij zachtjes.
     “Nee natuurlijk niet!” riep de kapper uit, “u komt voor meer,” en wierp hem een vette knipoog toe.
     “Als u even met mij meeloopt naar achter, daar heb ik al alles klaarliggen voor u.”
     “Maar hoe wist u dat ik hier…” probeerde Niets nog, maar meneer Meer was al uit het zicht. Niets keek ongemakkelijk om zich heen op zoek naar enige zekerheid, maar vond enkel wandvullende spiegels en potjes met hippe shampoo en gel. Zuchtend slofte hij de kapper achterna.
     “De zwarte deur, meneer Niets!” hoorde hij de kapper roepen vanuit de verte. Hij moest zijn hele gewicht in de strijd werpen om de zware zwarte deur open te krijgen. Nadat hij op adem was gekomen van deze inspanning zag hij de ruimte om hem heen; deze was voorzien van zwarte glanzende muren en werd verlicht door moderne spotlights. De ruimte stond vol. Vol met chique auto’s. Vol met rekken merkkleding. Vol met dure apparatuur.
     Het duizelde Niets.
     In het midden van de ruimte stond meneer Meer, met zijn armen uitgestrekt.
     “Dit alles voor jouw, Niets. Dit alles in ruil voor jouw gedachten. Meer vraag ik niet.”
Niets zette een paar voorzichtige stapjes naar achter en voelde de zware deur weer achter zijn rug. Met al zijn kracht duwde hij hem open. Voor het eerst sinds jaren rende hij weer; zo snel als hij kon, naar buiten. Op de stoep stond hij uit te hijgen.
     Toen wist hij weer, ik vind niet meer.
reacties 2 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 111


Rosa
| 05 Oktober 2010 | 22:32:25
    Ik word wakker met dikke ogen. Bang voor de stilte hoop ik dat mijn moeder al beneden zit. Compleet in het zwart gekleed loop ik de trap af.
    Als in routine haal ik de krant uit de brievenbus en schenk een schaaltje yoghurt met muesli in. Op de bank zit mijn moeder met wellicht nog dikkere ogen.
“Evert wil niet de hele tijd tegen die spullen aankijken, dus ik wil vandaag naar het grofvuil rijden.”
    Sinds mijn binnenkomst probeer ik krampachtig  met mijn ogen die ene hoek in de kamer te vermijden en begrijp precies wat mijn broer bedoelt.
    “Waar is dat groene blikje? Met Takkie erop. Die wil ik graag bewaren.”
    Mijn moeder vist het blikje uit de kast. Vieze vingers van de afgelopen veertien jaar zitten aan het blikje vastgekoekt. Ik begin ijverig doch zachtjes te poetsen; ik wil niet dat Takkie verdwijnt. 
    Zo wissen mijn moeder en ik alle pijnlijke sporen uit. In stilte rijden we naar het grofvuil. Daar gooi ik met venijn de vuilniszakken in de container en klop de grijze haren van mijn zwarte broek. Kon ik een dag als gister maar van me af kloppen.

    Ik heb net mijn ouders  en mijn jeugd achter gelaten in de behandelkamer en zit nu naast m’n broer in de auto. 
    “Of had jij soms willen rijden?”, zegt hij wanneer we al parkeren.
    “Nee hoor, doe jij lekker je ding,” zeg ik veel te joviaal.
    Samen met mijn broer loop ik de Albert Heijn in.
    “Duurt het nu nog lang?” vraagt hij nuchter.
    “Het kan zowel een minuut als en kwartier duren. Dat kunnen ze van te voren niet zeggen. Dus voor hetzelfde geld staan pa en ma nu al buiten te wachten.”
    Kriskras lopen we door de winkel en kopen de pizza’s zoals afgesproken. Ik kijk iedereen boos aan en vraag me af of ze het kunnen zien. De kauwgom die ik ’n uur geleden in mijn mond stopte is smaakloos en hard. Krampachtig klamp ik mij vast aan de twee doorweekte tissues in mijn hand. Waarom gooi ik ze niet gewoon in de prullenbak?
    “Moet jij nog iets hebben?”
    Ik schud mijn hoofd en vraag me af of het al gebeurd is.

    Het meisje in de wachtkamer had ik daar eerder gezien. Alleen had ze de vorige keer nog niet zo’n schattige hond. Ze trekt aan zijn oren en zit met haar vingertjes tussen de tenen, zoals kinderen dat doen. En de hond laat het toe, zoals de mijne dat ook deed, vroeger. 
    Het meisje kijkt me indringend aan en ik vraag me af of ze het weet. Haar moeder weet het. De blik die ze ons toewerpt wanneer ze de behandelkamer wordt ingeroepen, is onmiskenbaar.
    “Gaat het nog?”, vraagt mijn moeder.
    Ik haal mijn schouders op. Plotseling weet ik wat breken van verdriet is.

    Ik kijk toe en zou niet hebben kunnen praten, als ik dat gewild zou hebben. Met een half oor luister ik naar de anekdotes die mijn moeder vertelt. Het duurt lang. Ik begin de behandelkamer te bekijken en besef dat dit de laatste keer is dat ik hier kom. 
    Eindelijk is het zo ver. Verwonderd kijk ik toe hoe het leven zomaar kan verdwijnen. De zogeheten brok in je keel voel ik bonken in mijn hoofd en steken in m’n buik. Al die tijd wil ik mijn laatste vraag stellen, maar ik vertrouw mijn eigen stem niet.
    Ik kniel naast haar neer en aai over haar lieve hoofdje. Voor de laatste maal die zachte haartjes onder mijn vingers. Tot ze slaapt. Dit is het moment om op te staan en te gaan, mijn broer wacht al in de auto. Ik schraap mijn keel; ik móét het vragen.
“Willen jullie haar riempje mee naar huis nemen?”
reacties 4 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 136


Slapen
| 11 September 2010 | 20:05:44
    De laatste tijd ben ik zo moe. En vandaag besloot ik daar wat aan te doen. Dat begon al heel goed met mijn moeder die om half 9 's morgens de wasmachine aanzette. Ter informatie: de wasmachine staat op de voorzolder. Ik slaap op de zolder. Dat betekent dat zodra het centrifugeerprogramma begint het voelt alsof honderden kaboutertjes aan m'n bed staan te schudden.
    Uitslapen was een voordehandliggende oplossing geweest voor mijn probleem, maar dus geen realistische optie. Maar gelukkig ben ik niet voor één gat te vangen.
    Rond 'n uur of half 12 was ik inmiddels al naar de bibliotheek geweest en had ik mijn ToDoList voor dit weekend al netjes klaar liggen. Het is geen heel lange lijst gelukkig en ik zal je verder niet vervelen met wat er op stond. (Ha! Nu word je zeker net nieuwsgierig.) Toen ik na een half uur twijfelen waar te beginnen nog steeds niet écht was begonnen, bedacht ik me opeens dat er iets miste op mn lijstje.
    Slapen.
    Dat sprak me wel aan. M'n twijfeling over WhatToDo was opeens compleet verdwenen. Toch handig zo'n lijstje.
    Dus op zaterdagmiddag lag ik om 1 uur in bed.
    Om half 3 moest ik opeens heel nodig plassen.
    Na dat gedaan te hebben keek ik weer eens op m'n lijstje WhatToDo. Daar stond niks over naar de wc gaan op, dus helaas kon ik niks doorstrepen. Maar ik wist wat ik moest doen.
    Dus deed ik m'n bh en schoenen uit en ging weer in bed liggen.
   
reacties 3 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 122


Binnenstebuiten
| 03 September 2010 | 23:47:48
Gapend in mijn regenjas
een gat zo groot
gedicht
als een knipoog
reacties 2 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 127


 

Home   weblog sinds: 2010-09-01

Ontwikkeld door punt.nl en gehost door mijndomein.nl. Problemen met de inhoud van deze log? Klik hier.